Het klimaatakkoord in de praktijk: 5 duurzame bedrijven die de weg wijzen

MVO
Joël van Vugt
10 juli stonden ze allemaal op een rijtje te glimlachen. De hoofdonderhandelaars -en betrokkenen bij het (toekomstige) Nederlandse klimaatakkoord. Na het globale klimaatakkoord van Parijs was het tijd dat ook Nederland als land na ging denken over hoe we ons land minder vervuilend gaan maken. Met als grote doel om ons steentje bij te dragen om de opwarming van de aarde te beperken.

De ambities zijn in ieder geval groot. In 2030 moet de CO2 uitstoot in Nederland met 49 procent zijn verminderd. In 2050 moet dat zelfs 95 procent zijn. Daarvoor moet onder meer de industrie op zijn kop, huizen massaal worden geïsoleerd en verdwijnen dakpannen uit het straatbeeld ten faveure van zonnepanelen. Ondanks alle praktische bezwaren en de verwachte megakosten van de klimaatprojecten is het zonneklaar dat er wel het nodige gaat veranderen in Nederland. Ook bedrijven spelen daar inmiddels op in. Wij waren benieuwd hoe dat eruit kan zien. De volgende vijf bedrijven geven in ieder geval een interessante aanzet. 

1. Waterkracht in de polder

Één van de grootste dossiers die Nederland de komende tientallen jaren op zijn bordje krijgt is die van energie. Kolencentrales worden gesloten en over gas moeten we het maar niet meer hebben. Het gevolg is dat we razendsnel over moeten gaan op duurzame energie. Het Nederlandse EQA Projects heeft daar een interessante oplossing voor bedacht: waterkracht. Dat klinkt natuurlijk als een lachertje. Voor waterkracht zijn namelijk hoogteverschillen nodig en die zijn niet echt ruim aanwezig in Nederland. Volgens EQA maakt dat echter niets uit. We hebben namelijk wel enorme hoeveelheden stromend water en sluizen. In principe kan iedere sluis worden veranderd in een mini-waterkrachtcentrale door een waterrad in de sluis te integreren. 

De waterschappen zijn in ieder geval geïnteresseerd en de eerste zogenaamde EQA-boxen zijn inmiddels geplaatst. Daarnaast wordt er druk gewerkt aan het EQA Rivers-project waarbij waterkrachtcentrales in de rivier worden geplaatst. De hoeveelheden stroom die worden opgewekt zijn met 20 kilowatt voor de sluizen en 150 kilowatt relatief beperkt. Maar de potentie is veel groter, want wat als we het op grote schaal zouden gaan inzetten? In de polder zijn duizenden plekken met vallend water. Wereldwijd is de potentie nog veel groter. Uit onderzoek van de TU Delft blijkt dat we een derde van de wereldwijde energie met water kunnen opwekken. 

2. Elektronica met een tweede (of derde) leven

Wat doe je als je telefoon, tablet of tablet kapot gaat of simpelweg niet meer toereikend is? De meeste mensen snappen wel dat weggooien niet echt fatsoenlijk is. Het interessante resultaat is dat je een willekeurige keukenla open kunt trekken en daar de hele recente ontwikkeling van mobiele telefoons tot smartphones terug kunt vinden. Eigenlijk zonde, want veel van de componenten van de telefoon kunnen worden hergebruikt. Veel ruwe materialen voor telefoons zijn relatief zeldzaam en brengen het milieu schade toe door ze te delven. Bovendien kunnen veel apparaten prima langer mee als ze een interne upgrade krijgen. Bijvoorbeeld door het plaatsen van een nieuwe processor. Het bedrijf ReBuy zag een kans in de markt en koopt sinds 2009 oude elektronica op om het een nieuw leven te geven. Aangezien Nederlanders blijkbaar wel houden van goedkope tweede- en derdehands elektronica, heeft het internationale bedrijf Nederland inmiddels aangewezen als één van de grootste groeimarkten voor refurbished elektronica. 

3. Bezorgwagentje annex mini-energiecentrale

Met een beetje goede wil kun je bijna alles gebruiken om te verduurzamen. Dat vonden ze bij bezorgdienst Picnic ook. Inmiddels zijn ze druk bezig om samen met energiemaatschappij ENGIE hun bezorgwagentjes te voorzien van zonnepanelen op het dak. Die zijn echter niet bedoeld om alleen op te rijden, maar ook om overtollige stroom op te slaan. `s Nachts kan de stroom worden gebruikt om andere elektrische voertuigen op te laden, of om terug te geven aan het stroomnet. Voor het project wordt gebruik gemaakt van Artificial Intelligence om te bepalen waar en wanneer de stroom verdeeld moet worden. De opbrengst van het project is natuurlijk minimaal, maar de potentie is enorm. Stel je maar voor dat alle voertuigen in Nederland zonnepanelen zouden krijgen en de energie kunnen opslaan. Op die manier zou je een enorm flexibel energienetwerk creëren. Vanwege het innovatieve karakter van het project worden Picnic en ENGIE ondersteund door de overheid. 

4. Gerecyclede koffiecapsules

Nederlanders zijn gek op koffie. We drinken het liefste de hele dag door van het zwarte vocht. Daarbij zijn we ook nog eens bijzonder verwend. Waar we vroeger nog tevreden waren met een bakkie filterkoffie, willen we nu het liefste eersteklas kwaliteitskoffie uit onze eigen koffiemachine. Heel lekker natuurlijk, maar al die koffiecapsules leveren wel veel meer afval op dan een kartonnen verpakking. Marktmonopolist Nestlé maakt ze al jaren van aluminium. Dat is belangrijk, want zo blijft de koffie gegarandeerd vers. Daarbij snapten ze wel dat aluminium zeker geen duurzaam materiaal is en bovendien een eindig materiaal is. Wel is het mogelijk om het recyclen. 

Speciaal daarvoor is in Lichtenvoorde een speciale recycleband opgezet door Nestlé die alle aluminium koffiecups gaat herverwerken tot zakmessen en nieuwe koffiecups. Natuurlijk is Nestlé maar een klein voorbeeld, wel is het de verwachting dat recycling een enorm belangrijke rol kan spelen in de verduurzaming van deaarde. Daarvoor moeten nog wel de nodige praktische hobbels worden genomen. Want wie zamelt alle koffiecups in? Ook zijn niet alle materialen geschikt voor hergebruik. 

5. Het hotel van de toekomst

Het Qo Hotel in Amsterdam is een groot en modern zakenhotel nabij het Amstel Businesspark. Zo op het eerste oog is er niet zoveel bijzonders aan te zien, maar dat is ook de bedoeling. Verborgen in het hotel barst het echter van de allernieuwste technische toepassingen met als doel om het hotel zo duurzaam mogelijk te maken. 

Dat begon al bij de bouw van het hotel. Zo is onder meer de hele gevel van de voormalige Shell-toren vermalen tot betongranulaat en hergebruikt in de betonconstructie van het hotel. Wat echter het meest opvallend is en de meeste potentie heeft, is de gevel van het hotel. Die is gemaakt uit flexibele panelen. Deze panelen zijn gekoppeld aan het klimaatsysteem van het hotel. Op het moment dat uit de sensoren van het hotel blijkt dat de temperatuur te hoog of te laag is, worden de panelen open of dicht geklapt zodat de buitentemperatuur als het ware 'geoogst' of juist binnen gesloten kan worden. Het is de eerste klimaatgevel in zijn soort ter wereld. De opbrengst is bovendien groot. Het levert een besparing op van 65 procent op de verwarming en 90 procent op de koeling.