Optimisme in de EU zwakt af: structurele investeringen noodzakelijk

Bart Remmers
Het optimisme in de Europese Unie is in het tweede kwartaal van 2018 gedaald ten opzichte van het begin van het jaar.

Dat blijkt uit gegevens van het International Business Report (IBR) van Grant Thornton. Het IBR stelt vast dat het zakelijk optimisme wereldwijd in het tweede kwartaal van 2018 netto 54 procent bedraagt – een daling ten opzichte van het recordcijfer van netto 61 procent voor het eerste kwartaal van 2018. 

Een sterke terugval van het zakelijk optimisme vond met name plaats in de EU; voor de hele regio daalde dit van netto 60 procent naar netto 46 procent. Alle drie de grootste economieën in de regio noteren een lager cijfer; in Frankrijk daalde het zakelijk optimisme met 37p naar netto 38 procent en in het Verenigd Koninkrijk van netto 31 procent naar netto 17 procent. In Duitsland het daalde het optimisme met 6p naar netto 74 procent.

Frank Ponsioen, CEO bij Grant Thornton in Nederland: 'In het eerste kwartaal kwam in de IBR al naar voren dat, ondanks dat de economische prestaties in de EU sterk bleven, een aantal politieke problemen werd verwacht. De grootste zorg volgens bedrijfsleiders in Europa is de toename van het populistische sentiment – nog boven de zorgen over Brexit. Een op de vijf (19 procent) van de bedrijven uit de eurozone noemt de toename van populariteit van nationalistische politieke partijen als de grootste bedreiging voor de economische stabiliteit in de EU. De zorg van bedrijfsleiders is dat het nationalisme de bestaande handelsverdragen en economische integratie binnen de EU ondermijnt.'

In Nederland bereikt optimisme recordhoogte

Opmerkelijk is dat in Nederland het optimisme stijgt met 9p naar 96 procent. Dit optimisme sluit aan op de verwachtingen volgens het Centraal Planbureau waarbij de Nederlandse economie in 2018 met 3,2 procent groeit en in 2019 met 2,7 procent. Dit betekent dat de Nederlandse economie de eurozone met 0,6p per jaar overtreft. 

De resultaten van de IBR tonen een hoog optimisme, terwijl de zakelijke vooruitzichten in Nederland dalen. De IBR meet de verwachtingen van bedrijfsleiders voor de komende 12 maanden. Het totaal aantal bedrijfsleiders dat een omzetstijging verwacht minus het aantal dat een afname verwacht, is gedaald van 84 procent in Q1-2018 naar 56 procent in Q2-2018. 

Bij de voorspellingen voor de verkoopprijzen en export is eenzelfde daling te zien. De verwachting voor hogere verkoopprijzen werd met 24p naar beneden bijgesteld en staat nu op 28 procent. Ook de verwachting voor een toename van export werd naar beneden bijgesteld: van 48 procent in Q1-2018 naar 24 procent in Q2-2018 (-24p).

Investeringen blijven uit

Nu de politieke onzekerheid in Europa aanhoudt, stellen bedrijven grote investeringsbeslissingen uit. Dit blijkt ook uit de investeringscijfers uit de IBR; de percentages voor Q2-2018 bleven in Europa redelijk contant. De verwachte investering in nieuwe gebouwen daalt naar 20 procent (-2p) en in R&D naar 19 procent (-1p). De verwachte investering in technologie laat een kleine stijging zien van 4p naar 46 procent. In Nederland dalen de verwachte investeringen harder met respectievelijk -16p (12 procent), -14p (24 procent) en -2p (50 procent).

Zorgen om geschoolde werknemers nemen toe

Dat het hoog tijd is om te investeren blijkt ook uit het feit dat 40 procent van de zakelijke leiders wereldwijd de beschikbaarheid van geschoolde werknemers ziet als de grootste belemmering voor groei. In Nederland stijgt dit percentage van 40 procent naar maar liefst 64 procent (+24p). Ook volgens het Centraal Planbureau daalt de werkloosheid in Nederland nu snel, naar 3,9% dit jaar en 3,5% in 2019. Hierbij signaleren zij dat bedrijven vaker een vast arbeidscontract bieden en hogere lonen betalen om werknemers te kunnen aantrekken of te behouden.

afbeelding van Bart Remmers
Door: Bart Remmers

Bart Remmers | Redacteur

Bekijk alle artikelen van Bart